Veroorzaakt een nationale CO2-prijs problemen?

vrijdag, 14 september, 2018

Energie-Nederland schreeuwt moord en brand. De invoering van een nationale CO2-bodemprijs, zoals voorgesteld door het kabinet Rutte III in het regeerakkoord, zou serieuze risico’s met zich meebrengen voor de leveringszekerheid en de portemonnee. De branche baseert zich op een onderzoek van Frontier Economics. Consultancybureau Frontier onderzocht de effecten van het invoeren van een minimum CO₂-prijs in Nederland.

Maar is het wel terecht dat een eigen initiatief van Nederland om de vervuiler te laten betalen op deze gronden onderuit wordt gehaald? De uitganspunten die in het rapport worden gehanteerd vallen namelijk te betwisten. Twee punten van aandacht:

  1. Frontier hanteert geen accurate prijsontwikkeling

Het rekenmodel dat aan het rapport ten grondslag ligt, de prijsontwikkeling van European Emission Allowances (EUA), is gebaseerd op cijfers uit 2016. De actuele prijs per emissierecht[1] schommelt momenteel rond de €23, terwijl Frontier Economics uitgaat van een EU ETS-prijs van €12,80 in 2018 en €24,80 in 2030 (p. 42). Dit is niet in lijn met het huidige prijsniveau noch in lijn met de voorspellingen van marktanalisten. Een hogere EU ETS-prijs in de ons omringende landen zullen emissiereducties in de EU doen toenemen en de import laten afnemen, wat een positief effect heeft op elektriciteitsprijzen, gascentrales en de energievoorzieningszekerheid.

 

  1. Frontier heeft weinig tot geen oog voor recente ontwikkelingen in de regio

Het rapport gaat er vanuit dat omringende landen, in tegenstelling tot Nederland, naast hun huidige beleid, geen extra stappen zetten om hun CO2-uitstoot te verminderen. De referentiecase van Frontier is zodoende gebaseerd op het huidige en beoogde beleidskader in Nederland en Noordwest-Europa. In de referentiecase wordt alleen rekening gehouden met die beleidsbeslissingen waar officieel over besloten is en die operationeel gemaakt zijn (p.12). De werkzaamheden van de onlangs ingestelde Duitse kolenexit commissie zijn niet meegenomen in de referentiecase (p.16). [2] Dit terwijl een scenario waarbij kolen wordt uitgefaseerd sterk van invloed is op het veronderstelde ‘waterbedeffect’ in de omringende landen. Ook het scenario waarbij steen- en bruinkool in Duitsland wordt uitgefaseerd is slechts summier gepresenteerd in het rapport (p.38, p.48). In dit scenario blijven kolencentrales hun gehele technische levensduur operatief (40-45 jaar), terwijl er momenteel in Duitsland gesprekken plaatsvinden over het versneld uitfaseren van kolen.

Tot slot is het onduidelijk hoe Frontier Economics is omgegaan met het Duitse kabinetsplan voor 65 procent hernieuwbare energie in 2030.[3] Ook dit is van belang, omdat vooral Duitsland een groot export potentieel heeft en het Frontier rapport veronderstelt dat de import voornamelijk afkomstig is van gas-, kolen- en bruinkoolcentrales. De recente ontwikkelingen in Duitsland en het feit dat Duitsland het Akkoord van Parijs heeft geratificeerd, maakt het onwaarschijnlijk dat Duitsland bereid is om een aanzienlijk deel van de stroom-export te verhogen.