Waarom moet het emissiehandelssysteem worden aangescherpt?

Met het ondertekenen van het klimaatakkoord van Parijs hebben landen de belofte gedaan om de opwarming van de aarde onder de twee graden Celsius te houden. Het emissiehandelssysteem is het belangrijkste Europees instrument om klimaatverandering tegen te gaan.

Maar met de voortzetting van het huidige beleid gaat de uitstoot van bedrijven die onder het emissiehandelssysteem vallen pas tegen het jaar 2058 naar nul. Dit ambitieniveau komt niet overeen met de klimaatdoelstellingen van Parijs. Het is bij lange na niet voldoende om de opwarming van de aarde onder de twee graden Celsius te houden. Daarvoor moet de wereldwijde CO2-uitstoot al in 2050 naar nul. In Europa moeten de bedrijfssectoren die onder het emissiehandelssysteem vallen al in 2040 naar nul. Dit zijn namelijk de sectoren die met relatief eenvoudige oplossingen en relatief goedkoop hun CO2-uitstoot kunnen terugdringen.

Het uitstootplafond moet dus naar beneden. Vanaf 2021-2030 gaat het uitstootplafond jaarlijks met 2,2 procent naar beneden. Er worden dus elk jaar 2,2 procent minder CO2-rechten uitgegeven. Het plafond moet met 2,8 procent naar beneden om de CO2-uitstoot in 2050 naar nul te krijgen. Een percentage van 4,2 is nodig om bedrijfssectoren die onder het emissiehandelssysteem vallen in 2040 op nul te krijgen.

Het emissiehandelssysteem moet dus ‘Parijs-proof’ worden gemaakt. En dat kan. Een relatief klein aantal bedrijven is immers verantwoordelijk voor het grootste deel van de CO2-uitstoot. Gegeven de doelstelling van Parijs is het niet meer dan logisch om deze bedrijven sterker te stimuleren om nu te investeren in minder vervuilende technologieën.

Carbonkiller

Emissiehandel

Oplossingen